Redactie en AI: AI kan hebben geholpen bij onderzoek, structurering of een eerste concept. Een mens bepaalde de strekking, controleerde bronnen en claims en keurde publicatie goed. Lees het redactiebeleid.
In het kort
- De AI Act schrijft geen lesprogramma voor; hij vraagt maatregelen die passen bij rol en context.
- Een bruikbare basistraining duurt een tot twee uur en dekt mogelijkheden, grenzen, datahygiëne en controle.
- Stem af per rol: wie AI dagelijks gebruikt heeft meer nodig dan wie er zelden mee werkt.
- Leg vast dat en wanneer je getraind hebt; die registratie is het bewijsstuk, niet het certificaat.
- Zelf geven kan prima als je AI-gebruik overzichtelijk is; koop in bij complex of risicovoller gebruik.
De vier onderdelen die er altijd in horen
Los van de aanbieder komt een bruikbare AI-geletterdheidstraining altijd neer op vier blokken. Ontbreekt er een, dan train je mensen in het gebruik maar niet in het oordeel.
- Wat het systeem doet en waar het faalt: dat modellen plausibel klinkende onjuistheden produceren is geen detail maar de kern
- Wat er wel en niet in mag: persoonsgegevens, klantdossiers, offertes, broncode. Dit blok raakt direct de AVG
- Wanneer en hoe je controleert: welke uitkomst mag direct gebruikt worden, welke vraagt een tweede paar ogen
- Wat je doet als het misgaat: bij wie meld je een fout, een datalek of een twijfelgeval
Differentieer per rol
De wet vraagt expliciet om afstemming op kennis, ervaring en context. Dat is geen formaliteit maar bespaart je tijd, want niet iedereen hoeft hetzelfde te horen:
- Dagelijkse gebruikers, zoals marketing, binnendienst en klantenservice: het volledige programma plus praktijkoefening op eigen werk
- Incidentele gebruikers: de hoofdlijnen, met nadruk op wat er niet in mag en wanneer je iemand raadpleegt
- Leidinggevenden en directie: minder over bediening, meer over waar AI wordt ingezet, welke risico's dat meebrengt en wie waarvoor tekent
- Wie AI inzet in gevoelige processen: aanvullend op de specifieke regels die voor dat proces gelden
Zelf geven of inkopen
Zelf geven is verdedigbaar en vaak beter, omdat je je eigen voorbeelden kunt gebruiken. Het werkt als je AI-gebruik overzichtelijk is en iemand in huis genoeg weet om de vier blokken te dekken. Inkopen ligt voor de hand als er niemand is die het met gezag kan brengen, als je gebruik verspreid is over veel afdelingen, of als je in een sector zit met eigen regels bovenop de AI Act.
Waar je bij inkoop op let: dat de training over jouw systemen gaat en niet over AI in het algemeen, dat er iets meetbaars uitkomt dat je kunt vastleggen, en dat de aanbieder geen wettelijke verplichtingen verzint die er niet zijn. Een aanbieder die zegt dat een certificaat verplicht is, kent de wet niet of verkoopt hem verkeerd.
Wat het kost
De markt loopt sterk uiteen. Een online basismodule kost enkele tientjes per medewerker; een dagdeel op locatie met eigen casuïstiek loopt in de duizenden euro's. Zelf geven kost je vooral voorbereidingstijd: reken op een dagdeel om het materiaal te maken en daarna een uur per groep.
De verstandige volgorde is: eerst het register en de huisregels, daarna pas training. Zonder vastgelegde afspraken traint je mensen in regels die nog niet bestaan.
Vastleggen is het echte werk
Wat een toezichthouder of verzekeraar wil zien, is niet de inhoud van je training maar het spoor eromheen: welke onderwerpen zijn behandeld, wie was erbij, wanneer, en wanneer herhaal je het. Een spreadsheet met datum, deelnemers en onderwerp voldoet. Een dure cursus zonder registratie voldoet niet.
